economie

De Belastingdienst wilde dat er voor 2023 zo'n 5000 werknemers zouden vertrekken, het liefst vooral laagopgeleide collega's. Maar staatssecretaris Wiebes stuurde gisteren een brief naar de kamer: de besluitvorming over de vertrekregeling was te haastig en onzorgvuldig. De verkeerde mensen maken gebruik van de regeling: juist de beter betaalde, hoger opgeleide werknemers hebben zich aangemeld. Dat kost de Belastingdienst 70 miljoen euro extra.

Met de vertrekregeling hoopte de Belastingdienst dat de komende jaren 4.800 van de 30.000 werknemers zouden opstappen. Maar het liep al direct storm: nu al hebben 5.300 mensen zich aangemeld, terwijl 1.400 medewerkers er nog over nadenken. 

Afhankelijk van het aantal dienstjaren kunnen werknemers van de Belastingdienst 4 tot 24 keer een maandsalaris meekrijgen, met een maximum van 75.000 euro. De Belastingdienst had een bedrag van 650 miljoen euro begroot voor deze regeling.

Ook werknemers die vlak voor hun pensioen zitten kunnen nog een flinke bonus opstrijken. Meer dan 1200 mensen van 64 jaar of ouder hebben zich voor de regeling aangemeld, terwijl sommigen nog maar een paar maanden hoefden te werken. Samen ontvangen zij 80 miljoen euro aan vertrekpremies. 

Over hoe deze regeling zo verkeerd heeft kunnen uitpakken spreken we met Mieke van Vliet, bestuurder bij FNV en Albert van der Smissen, voorzitter van de NCF, de grootste vakbond binnen de Belastingdienst. 

Vandaag wordt ook over deze kwestie gesproken tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Hierover spreken we met CDA-Tweede Kamer lid Pieter Omtzigt.