economie
Armoede in Nederland; hoe kijken politici hiernaar?
Armoede in Nederland; hoe kijken politici hiernaar?

Ophogen van het minimumloon, koppelen van de AOW aan de loonstijgingen, een basisbudgetbeheer: ideeën van politieke partijen om armoede in Nederland te bestrijden. In aanloop van de verkiezingen bepalen politici welke doelen zij de komende jaren hopen te realiseren. Wij maakten een rondje langs de fracties. Vinden zij de armoedebestrijding van afgelopen jaren geslaagd, wat kan er beter, zijn ze blij met de voedselbank, maar ook: vinden ze dat armoede in Nederland bestaat?

EenVandaag stuurde acht politieke partijen die er in de meest recente peiling van EenVandaag het beste voor staan een korte vragenlijst over armoede. U leest de visies van Sadet Karabulut van de SP, Linda Voortman van GroenLinks,  Keklik Yücel van de PvdA, Pieter Heerma van het CDA, Fatma Koser Kaya van D66, Perjan Moors van de VVD en Henk Krol van 50Plus. Alleen van de PVV hebben we op meerdere mails, telefoontjes, tweets en sms’jes geen bericht terug ontvangen.

1. Bestaat er armoede in Nederland?

Met uitzondering van de VVD geven alle partijen direct aan dat ze vinden dat er armoede is. D66, CDA, 50Plus, PvdA en GroenLinks geven aan dat “niet mee kunnen doen” armoede is. “Armoede houdt ook schaamte en sociale uitsluiting in, doordat je bijvoorbeeld geen geld hebt voor een kopje koffie of een sportclub”, aldus GroenLinks. De SP wijst ook naar de half miljoen mensen die werken, maar daarmee te weinig verdienen voor een bestaanszekerheid. De VVD stelt: “hoewel je in vergelijking met sommige andere landen in Nederland niet kunt spreken van armoede, zijn er mensen die het financieel aanzienlijk moeilijker hebben dan de gemiddelde Nederlander.”

2. Wordt er goed beleid gevoerd om armoede te bestrijden, wat kan er beter?

Het is niet verwonderlijk dat de twee partijen die de afgelopen jaren het kabinet vormden antwoorden op deze vraag dat “het moeilijke jaren waren” (PvdA), er “hard gewerkt” is (VVD), daar nu “de vruchten van geplukt worden” (VVD) en ze de “armoedetrend hebben weten te keren” (PvdA). Het SCP stelt inderdaad dat hoewel sinds 2007 tot 2013 de armoede met 48 procent toenam, in 2014 weer een daling te zien is. Hardnekkig blijft echter de langdurige armoede. Die stijgt. 

Oppositiepartij 50Plus vindt het beleid niet goed genoeg. “Het armoedecijfer loopt onvoldoende terug.” De partij wil onderzocht hebben of het sociaal minimum wel hoog genoeg is. De SP beschrijft het armoedebeleid van de afgelopen jaren als “pleisters plakken”. De partij stelt dat het inkomen van veel mensen onder druk is komen te staan als gevolg van de bezuinigingen. Zij willen daarom onder andere het minimumloon verhogen, ontslagvergoeding verdubbelen en het systeem van toeslagen vereenvoudigen.

Dat veel mensen in het toeslagensysteem vastlopen erkent ook GroenLinks. Ook zij willen dit vereenvoudigen en ze willen kwijtscheldingen voor mensen met problematische schulden. Volgens GroenLinks is de kloof tussen arm en rijk groter geworden door het kabinetsbeleid. Het CDA benadrukt dat vooral gemeentes een belangrijke taak hebben bij armoedebestrijding, zij kunnen maatwerk leveren. Ook het CDA ziet dat mensen vastlopen door de steeds meer ingewikkelde samenleving. De partij heeft zich eraan gestoord dat staatssecretaris Klijnsma veel wetgeving in het vooruitzicht stelde, maar dat de processen wel erg traag verliepen.

D66 wil extra inzetten op het voorkomen en oplossen van schulden met een budgetplan en “een abonnement op een financiële hulpdienst.” Zij zien werk en onderwijs als de beste manieren om armoede te bestrijden en willen daarin investeren. De PvdA heeft in het nieuwe verkiezingsprogramma opgenomen te pleiten voor één incassobureau voor alle Rijksdiensten. Daarmee hopen ze schuldeisers en schuldenaren meer overzicht te geven en te voorkomen dat schulden zich verdiepen.

De VVD vindt dat we met onder andere “gesubsidieerde huizen, zorg- en huurtoeslag, bijstand en betalingsregelingen" een goed vangnet hebben voor mensen die weinig te besteden hebben.

3. In 2017 bestaat de voedselbank in Nederland 15 jaar. Is deze verjaardag een schande of een zegen?

Geen enkele partij noemt de verjaardag van de voedselbank ronduit een schande. Ook niet ronduit een zegen trouwens. De VVD vindt dat de voedselbank laat zien “dat de Nederlandse samenleving krachtig en weerbaar is en dat de mensen met problemen niet altijd meteen naar de overheid hoeven te kijken. De overheid kan niet alle problemen altijd maar oplossen.”

Alle andere partijen benoemen vooral dat er twee kanten zijn aan de medaille. Nederland is een welvarend land waarin het “simpelweg treurig” (PvdA) is dat er een voedselbank nodig is. Vrijwilligers die zich bij deze armoedeverlichting inzetten, worden geroemd. Maar de verjaardag wordt ook gezien als een stimulans armoede beter te bestrijden. GroenLinks: “De overheid moet zich dit aantrekken, zodat mensen niet meer naar de voedselbank hoeven.” D66: “Zolang er armoede is, is het bestaan van de voedselbank een zegen. […] Het is echter ook een wake up call.” In 2006 schreef de PvdA in het verkiezingsprogramma dat voedselbanken zouden moeten verdwijnen. Nu schrijven ze zich “er niet bij neer te leggen.” Het CDA zegt dat de overheid nog meer de samenwerking moet zoeken met voedselbanken, en kerken, om armoede tegen te gaan.

Bekijk rechtsboven de volledige reacties van de politieke partijen.